Vorige bewoners

De geschiedenis van dit domein brengt ons tot bij de Heren van Meldert. De genealogie van de van Melderts is in de 13de en 14de eeuw vrij vaag. Het archief van Vander Noot bevat veel informatie van deze Heren, al heten ze dan niet meer van Meldert, maar in chronologische volgorde:

  • van Montenaken
  • d'Oyenbrugghe
  • Vander Noot.

Waar woonden deze Heren?

In 1408 vinden we de eerste schriftelijke vermelding van een Donjon in Meldert. We kunnen dus aannemen dat deze Donjon, die zich in het dorp bevindt langs de huidige Kerkstraat, reeds bestond in de 14de eeuw. Het is een site met walgracht, die vanaf de 15de eeuw geen enkele militaire functie meer had. Aan deze Donjon werden in 1984 conserveringswerken uitgevoerd.

In de tweede helft van de 16de eeuw erft Willem II d'Oyenbrugghe een kasteel van zijn vader. De gedetailleerde beschrijving in het familiearchief Vander Noot maakt duidelijk dat het hier niet om de Donjon maar om een nieuw kasteel gaat. Bovendien wordt het afgebeeld in het "Caertboec" van de abdij van Averbode en op de Ferrariskaart (1771-78).

Iconografisch bezitten we figuratieve kaarten uit de kaartboeken van de Abdijen van Averbode en van het Park en ook andere beschrijvingen van dit kasteel (o.a. om familietwisten te beslechten) zodat we een vrij goed beeld van dit gebouw kunnen schetsen. Het hele complex had een vierkante vorm (typisch Haspengouwse hoevebouw) en het hoofdgebouw bestond uit twee vierkante torens van ongelijke hoogte en woonvleugels. Het was afhankelijk van het Luikse leenhof.

Het kasteel bevond zich in het huidige domein en werd omstreeks 1845 afgebroken en vervangen door een neogotische constructie. De bouwheer was een vrouw: gravin Josephine Louise Vander Noot (1785-1863). Zij was gehuwd met Louis Lamoral, prins de Ligne en na zijn overlijden in 1813 hertrouwde ze met Charles Ferdinand d'Oultremont de Duras. De bouwwerken stonden onder leiding van architect Vivroux uit Hoei.

In 1877 werd de rechtervleugel van het kasteel door brand geteisterd, maar de restauratie gebeurde snel door Adrien d'Oultremont de Duras (de zoon van Josephine-Louise en Charles-Ferdinand).

Reeds voor de dood van Adrien d'Oultremont in 1898 werd het kasteel verhuurd. Zo woonde er van 1888 tot 1890 de Amerikaanse ambassadeur in België, Henry Shelton Sanford.

In 1905 huurt de burggraaf August de Lantsheere met zijn echtgenote Jeanne de Bayens het kasteel. Het echtpaar had vier dochters en beschouwde het kasteel van in den beginne als hun eigendom. Zo werd op initiatief van de familie de Lantsheere in 1911 het kasteelpark heraangelegd. Binnen in het kasteel werd een ingenieus systeem van verlichting en waterleiding "avant la lettre" aangelegd. August de Lantsheere overleed in 1932 en zijn echtgenote bleef in het kasteel tot einde 1940.

Het kasteel had veel te lijden, vooral van de Tweede Wereldoorlog toen het bezet werd door Duitsers en later door Amerikanen. Van het oorspronkelijke neogotische meubilair is praktisch niets overgebleven.

Na de oorlog diende het kasteel als opvang voor jeugdige oorlogsslachtoffers, het was een initiatief van de stichting AEP (Aide aux Enfants de la Patrie), het heette toen "Home Beauduin". Toen ook zorgden aanpassingen allerhande voor verminking van het oorspronkelijke patrimonium.

In 1957 werd het kasteel door barones Rosalie de Beeckman (een afstammeling van de familie d'Oultremont) verkocht aan de Aalmoezeniers van de Arbeid. Ze organiseren er nu nog Algemeen Secundair Onderwijs. Het schoolgebouw dateert van 1959.

Het kasteel met wagenhuis en het zwembad met kleedhokje zijn beschermd als monument, het kasteelpark is beschermd als dorpsgezicht. (Ministerieel Besluit van 14 januari 1993)

            

Tags: