Opvoedingsproject van onze school

Het opvoedingsproject

Het onderwijs in onze school wordt georganiseerd door de Aalmoezeniers van de Arbeid, een kloosterorde die zich haast volledig op het onderwijs richt en eigen specifieke onderwijsmethodes toepast. Ze heeft steeds de nadruk gelegd op het sociale engagement van de jongeren.

Van bij hun stichting, vlak na het verschijnen in 1891 van de encycliek "Rerum Novarum" van paus Leo XIII, hebben de Aalmoezeniers van de Arbeid maar één groot doel voor ogen gehad: de verbetering van het lot van de arbeider en de ontplooiing van de jonge mens tot een volwaardig en nuttig lid van de maatschappij. Het opvoedingsproject van de scholen van de Aalmoezeniers van de Arbeid beoogt elke leerling te begeleiden naar volwassenheid in het licht van de christelijke waarden in het algemeen en deze van Rechtvaardigheid en Liefde in het bijzonder.

Ons doel is jonge mensen te vormen die bekwaam zijn om in de moeilijkste levensomstandigheden te kiezen, te beslissen en te handelen. Onze school wil jongeren helpen in hun streven om op eigen benen te staan. Het moet steeds onze betrachting zijn mensen te vormen die in onze gecompliceerde maatschappij durven uitkomen voor hun christen-zijn, die in dialoog kunnen treden en bekwaam zijn samen te werken met mensen die er een andere levensbeschouwing op na houden.
In onze scholen krijgt elke leerling een bijzondere aandacht. Als een jongere moeilijkheden heeft, zich gekwetst of benadeeld voelt door omstandigheden op school, thuis of elders, zullen wij des te meer met hem begaan zijn. Het is een heerlijke traditie in onze scholen dat een zwakkere leerling door de anderen wordt geholpen. De strijd tegen mislukken op school is onze dagelijkse strijd.

In die geest proberen wij van onze school één grote levens- en leergemeenschap te maken. Leerlingen ouders, leraars, opvoeders, administratief- en onderhoudspersoneel, directeur en inrichtende macht: we moeten één grote familie vormen waar ieder lid - hoe klein ook - medeverantwoordelijk is voor de goede werking van het geheel. 
Dankzij het doorgeven van een geest van solidariteit door de jongeren zelf in de klas en in de ganse school, helpen wij mee aan de vorming van jonge mensen die morgen hun familiale, sociale en beroepsverantwoordelijkheid niet uit de weg behoeven te gaan. 
Als we erin slagen jongeren gevoelig te maken voor een levenshouding die stoelt op rechtvaardigheid en liefde , dan zullen ze veel sterker staan wanneer ze later onvermijdelijk geconfronteerd worden met sociale problemen.

De opdracht van de Aalmoezeniers van de Arbeid impliceert ook een geest van samenwerking tussen Inrichtende Macht, directies, leerkrachten, opvoeders, ouders en leerlingen, met eerbiediging van ieders vrijheid.
We willen bouwen aan een school waarin iedereen zich thuisvoelt en waar een wil heerst om in harmonie samen te werken.
Jongeren tot ontplooiing brengen is een moeilijke maar buitengewone opdracht. We voelen ons gelukkig dit samen te mogen waarmaken.

Tags: 

Voorwoord publicatie 50 jaar Sint-Janscollege

In september 2007 was het precies 50 jaar geleden dat de Aalmoezeniers van de Arbeid in Meldert een school stichtten met de naam Sint-Janscollege. Vijf decennia later is hun school levendiger en dynamischer dan ooit.

Dit college begon in Meldert als exclusief internaat én apostolische school van de congregatie. Vandaag is het geëvolueerd tot een doorsnee kwaliteitsvolle ASO-school. Op het eerste gezicht heeft die nog weinig te maken met het nobele streven van stichter Theofiel Reyn: de ontvoogding en het weerbaar maken van de eind negentiende-eeuwse arbeidersklasse in haar sociale ellende.

Door een gelukkige speling van het lot maakte ik zelf einde jaren '80 kennis met de sterke TSO- en BSO-traditie die de Aalmoezeniers toen nog met EHH Klomp en Buntinx in Sint-Truiden tot stand hadden gebracht. Het opvoedingsproject dat ik daar leerde kennen, sprak me onmiddellijk aan. Het had iets opvallend simpels en eerlijks. De kernidee: opkomen voor de zwaksten. Een idee dat geniaal is in zijn eenvoud. Iets met een grenzeloze vanzelfsprekendheid maar dat, vergis je niet, vreselijk veel inzet en engagement vereist.

In welke mate slaagt een ASO-school zoals het Sint-Janscollege van Meldert 50 jaar na datum erin dat opvoedingsproject van de Aalmoezeniers waar te maken? Anders gesteld: wat gebeurt er als je het woord 'arbeid' of 'arbeiders' weglaat uit Aalmoezeniers van de Arbeid? Het was een extra uitdaging om dit na te gaan. Wat blijft er van hun principes over als je ze nu eens niet toepast op de groep arbeiderskinderen die hun project inspireerde, zo rond de eeuwwisseling? Ik ben ervan overtuigd, sterker nog, ik ondervind dagelijks aan den lijve dat de algemene (opvoedings)principes van de Aalmoezeniers zo universeel en algemeen menselijk zijn dat je ze in feite veel breder kan toepassen. Ze blijven naar mijn gevoel overal overeind. Ik ervaar deze middelgrote ASO-school dan ook heel erg vaak als een grote leefgemeenschap, een grote familie. Solidariteit, elkaar helpen, principes als de zwakste eerst – Cardijn is nooit veraf hier op school – groepsgeest en groepsgevoel voeren hier nog altijd de boventoon.

Het is verbazend te zien hoeveel activiteiten en projecten hier een sterk sociale inslag hadden en hebben. Het aantal is voor een middelgrote school als de onze toch opvallend groot en het verklaart ongetwijfeld mee het groeiende succes dat deze school de laatste tien jaar opnieuw kent.

Het is een maatschappelijk fenomeen dat ook sociaal zwakkere leerlingen de afgelopen twintig jaar – god zij dank - hun weg hebben gevonden naar het ASO. Dit heeft te maken met de zogenaamde democratisering van de maatschappij en van het onderwijs. Het directe resultaat was een forse aangroei van de schoolbevolking in ASO – vroeger het terrein van een relatief kleine, bevoorrechte groep. Aan de andere kant is er ook een pessimistische noot in mijn betoog. Waar je vroeger een sociale problematiek vooral ontwaarde in de zogenaamde arbeidende klasse, het terrein bij uitstek van de Aalmoezeniers, heeft zich dit paradoxaal genoeg uitgebreid tot een veel grotere groep.

Het maatschappelijke project dat de Aalmoezeniers ooit mee hielpen opstarten en waar ze een van de grote motors van waren, is allengs overgenomen door tal van andere instanties. Het is in onze maatschappij 'geïntegreerd' geraakt. Je zou ook kunnen stellen dat, vreemd genoeg, het werkterrein van de Aalmoezeniers verruimd is naar een veel grotere maatschappelijke groep dan vroeger. Een groep die weliswaar ook de weg naar luxe, relatieve rijkdom, comfort en consumptie gevonden heeft, maar minder dan ooit gespaard blijft van sociale problemen allerhande.
Allicht gaat het hierbij niet meer over een problematiek die zo schrijnend en randje-afgrond is als rond de vorige eeuwwisseling. Maar daarom is dit niet minder pijnlijk voor de betrokkenen en niet minder beschamend voor onze maatschappij en onze samenleving. Ik heb wel eens een lijstje gemaakt met sociale problemen waarmee ook wij op deze school soms geconfronteerd worden. Dan gaat het over jongeren die het slachtoffer zijn van echtscheidingsperikelen, verscheurde gezinnen, psychische of fysieke nood, gebrek aan welzijn. Veel jongeren lijken aan hun lot overgelaten of in het leven geschopt, zonder houvast of duidelijke waarden en normen. Anderen hebben een totaal gebrek aan weerbaarheid, missen een gevoel van geborgenheid.

Sociale standen hebben de gelukkige neiging wat te vervagen in onze hedendaagse mij. Jongeren zijn vandaag, meer dan vroeger, niet meer zo erg verschillend. Natuurlijk zie je aan de schoolpoorten nog wel uiterlijke verschillen maar minder uitgesproken. Het gaat dan over eigen modetrends en subculturen af te leiden uit het kapsel, de opvallende kledij, de opsmuk of net het gebrek daaraan, uiterlijke pose. Alle jongeren, of ze nu in BSO, TSO of ASO terecht komen, worstelen met dezelfde problemen. De wereld is immers universeel geworden en ligt in groeiende mate open voor iedereen. Die wereld komt dus ook in min of meer gelijke mate op jongeren af. En dat gebeurt vaak erg agressief, ontwortelend en desoriënterend. Het wegvallen van waarden en het normverlies doen bij jongeren de vraag rijzen wat dan eigenlijk nog waarde heeft? Jongeren, ongeacht hun achtergrond, moeten daartegenin hun plaats zien te veroveren, hun eigen identiteit leren ontdekken en hun eigen persoonlijkheid leren vormen. Ze worden allen in gelijke mate 'gepakt' door het overrompelende aanbod van onze moderne westerse wereld. Ze kampen dus ook met dezelfde problemen. Dit maakt jongeren vandaag naar mijn gevoel sociaal en emotioneel kwetsbaarder dan vroeger. Eens te meer zijn de principes van de Aalmoezeniers nog altijd een interessante en duidelijke leidraad en een houvast: je hebt elkaar.

Geprikkeld ben ik eens gaan uitzoeken waartoe een opleiding in dit college zoal leidt in het latere beroepsleven. Het is altijd een verzuchting van de Aalmoezeniers geweest dat de leerlingen die hier afstuderen, blijk zouden geven van een grote sociale bewogenheid en bijgevolg ook zouden kiezen voor beroepen die in de zorgverlenende sector liggen. En ja, we leveren heel wat jongeren af die kiezen voor beroepen zoals geneeskunde, verpleging, sociale hulpverlening of voor het onderwijs. Maar ik zal hen met deze vrome wens ook gedeeltelijk moeten teleurstellen. De maatschappelijke tendens en de 'streberei' van ouders én leerlingen dat je het in onze moderne maatschappij alleen kan maken door voluit voor wiskunde te gaan en positief wetenschappelijk te denken, heeft ook hier wellicht zijn spoor getrokken. Zou het dan niet interessant zijn ernaar te streven ook de hoger opgeleiden die we zo helpen vormen een ziel mee te geven? En bovenal een sociale attitude die hen na het bereiken van die zo gewenste maatschappelijke status niet doet vergeten dat een mens nooit alleen leeft. Je blijft verantwoordelijk voor je medemens en meest van al voor je sociaal zwakkere medemens. Ik vind dat net hierin de grote uitdaging bestaat om het sociale project van de Aalmoezeniers verder te zetten.

Het eigene van onze school gaat rechtstreeks terug naar het internaatsverleden ervan. De sfeer en de mentaliteit van de samenleving die het internaat hier ooit was, zit op een vreemde manier nog steeds in de muren. Alles in deze school ademt dit verleden nog. De geest ervan is nog springlevend.

Het succes van een school wordt al te vaak geduid met het leerlingenaantal of het aantal ouders dat voor een school kiest. Maar het gaat eigenlijk niet over kwantiteit. De mate van vrijblijvend en belangeloos engagement die je bij de leraars van een bepaalde school aantreft, bepaalt het succes van een school. Hoe meer mensen zich ongedwongen, omdat ze het eigenlijk niet kunnen laten, inzetten voor "hun school", hoe meer een school zich profileert. Des te hoger dan ook de waardering van leerlingen en vooral van ouders. Dit heet opvallen in de positieve zin omdat je meer doet dan er gevraagd of verwacht werd. Is uitgerekend dit ook niet precies de eigenheid van het vrij onderwijs in het algemeen?

Veel van dergelijke activiteiten zijn natuurlijk sociaal bewogen en hebben te maken met groepsvorming en positiefmenselijke ervaringen in groep. Men heeft het samen goed en men komt ongedwongen voor elkaar op. Dit is voor een stuk de uitstraling die deze school door de jaren heen bewaard, bestendigd en versterkt heeft. Er heerst hier nog altijd een sterk sociale, familiaire sfeer waarin de afstand tussen mensen onderling, leerlingen, leraars en directie klein is gebleven. De contacten zijn hier vaak los, vlot en amicaal. Er heerst op deze school een gezelligheid en ongedwongenheid waardoor veel kinderen hier graag zijn en hier snel vrienden maken. Velen ervaren dit als een tweede thuissituatie. En ook oud-leerlingen komen hier vaak en graag terug.

Uiteindelijk telt hier maar één ding. Heeft datgene wat je hier doet als directeur, als leraar of als lid van het ondersteunend personeel of het onderhoudspersoneel een ziel en vooral een hart? Slagen we erin hiermee jongeren te inspireren en die ziel en dat hart door te geven? Dit kost uiteraard veel moeite, maar als iets geen moeite kost, is het meestal de moeite ook niet waard.

Wat mij betreft mogen de Aalmoezeniers er gerust in zijn. Hun opvoedingsproject is misschien meer dan een eeuw oud, maar het is meer dan ooit van deze wereld. Het kan ook in het Sint-Janscollege, voorbij die geweldige 50 jaar die achter ons liggen, nog een hele tijd mee.

Roland Severijns
Mei 2007

 

Tags: